Holistic pulsing 4

Wat houdt HP4 praktisch in?
Deze verdiepingstraining omvat 4 lesdagen van 10.00 tot 17.00 uur (meestal op een zaterdag). Tussen twee lessen zit een periode van 3-4 weken. De opzet van de training is als volgt:

  • Je krijgt op de eerste lesdag een syllabus met informatie en ondersteunende oefeningen, naast een suggestie om andere literatuur te lezen.
  • Koffie en thee gedurende de lesdag zijn inbegrepen. Lunch moet je zelf meenemen.

Naast het volgen de lessen is het de bedoeling om te oefenen met de aangeleerde technieken en andere oefeningen te doen. Dat gebeurt op de volgende wijze:

  • Je vormt met mede-cursisten een huiswerkgroepje van minimaal 2 personen. Tussen twee lessen kom je 1x bijeen om met elkaar te oefenen met pulsen. In totaal zijn er zo tijdens een cursus 3-4 bijeenkomsten.
  • Wekelijks puls je één proefpersoon om te oefenen met de technieken. Dat mag nu ook een onbekende zijn, omdat je de pulstechnieken voldoende beheerst. Wees eerlijk richting de cliënt: je bent een beginnend holistic pulser en je wilt vooral oefenen, maar je bent ondertussen ook al iets meer ervaren. Vraag niet meer dan € 35 per sessie. Ook hiervan maak je een kort verslag.
  • Je zoekt een proefpersoon en daarmee maak je een afspraak voor het volgen van 5 sessies. Dit is een andere persoon dan degene die je tijdens HP2 of HP3 gepulst hebt. Dit geeft opnieuw verdieping van jouw ervaring van wat pulssessies kunnen doen bij iemand die meerdere malen door jou gepulst wordt. De nadruk van dit begeleidingstraject ligt op de therapeutische begeleiding van de cliënt, waarbij je ook ondersteunende technieken als ademhaling en vragen stellen inzet. Van die vijf sessies maak je een verslag, waarbij je aandacht besteedt aan de karakterstructuur van de cliënt en van de pulsen en ondersteunende technieken die je hebt toegepast.
  • Als je dit zo doet, kun je per trainingsblok minimaal 10 keer een proefpersoon pulsen. Het is vereist om 50 keer een proefpersoon te pulsen alvorens je het certificaat kunt halen. Dat is inclusief alle voorgaande pulssessies en de drie begeleidingstrajecten. Zorg dat uiteindelijk die 50 sessies over minimaal 15 personen verdeeld zijn.
  • Je beantwoordt een aantal vragen over het boek ‘Holistic pulsing’ van Tovi Browning.
  • Je volgt een afsluitende supervisiesessie met een voor jou onbekende cliënt, die door ons wordt uitgezocht. Deze puls je in aanwezigheid van de docenten en hierop krijg je feedback. Hierbij wordt ook meegenomen het verslag van het laatste begeleidingstraject en jouw antwoorden op de vragen van het boek van Tovi Browning.

Wat leer je?
In HP4 staat de therapeutische benadering van een cliënt centraal. Vanuit jouw ervaring met het gesprek met jouw eigen lichaam ga je nu in het gesprek met het lichaam van de cliënt. Een viertal instrumenten gaan we je daarvoor aanreiken.

Op de eerste plaats gaan we verder met bewust ademhalen en dat gekoppeld aan een bepaalde karakterstructuur (zie hieronder).

Op de tweede plaats leer je hoe je met het stellen van vragen een cliënt kunt uitnodigen om zich meer bewust te worden wat zich afspeelt in zijn eigen lichaam. We laten je het verschil ervaren tussen open en gesloten vragen, tussen verkennende en verdiepende vragen, maar bovenal om vragen te stellen op het juiste moment. Soms betekent dat gewoon … stil zijn!

Op de derde plaats besteden we aandacht aan overdrachtsprocessen. Dit thema gaat over projecties van het innerlijke kind vanuit de cliënt (overdracht) of vanuit de therapeut (tegenoverdracht). Je ziet de ander niet zoals die werkelijk is, maar je ziet de ander volgens het beeld dat je daarop zelf projecteert. Het is goed om je daarvan bewust te zijn, omdat negatieve overdracht een hinderpaal is om bij de werkelijke pijn van een cliënt te komen, terwijl positieve overdracht helpt om de cliënt veiligheid te bieden. Het is als therapeut belangrijk om jouw eigen (kind)pijn te (h)erkennen en los te laten, waardoor je als therapeut zo neutraal mogelijk een cliënt kunt begeleiden.

Op de vierde plaats besteden we aandacht aan karakterstructuren. Dat zijn typische gedragspatronen die een mens zich aanleert in de verschillende ontwikkelstadia van zijn jeugd. In elk stadium van zijn leven reageert een kind op de toenemende eisen van zijn omgeving en zich te beschermen tegen de pijn die dat soms oproept. Toendertijd had die bescherming haar functie, maar in het latere leven wordt het bijbehorende gedragspatroon een blok aan het been. We leren je om deze gedragspatronen bij een cliënt te herkennen en om met een combinatie van bewuste ademhaling, specifieke pulsingtechnieken en gerichte vragen stellen de cliënt zich bewust te worden van zijn kindpijn en uit te nodigen om deze los te laten.